Lesplan Movietalk

Lesplan Movietalk

Tijdens de workshop Movietalk op de TPRS Academy Inspriratiedag van 12 maart jl. werkten de deelnemers in drie groepen aan een lesplan rondom het filmpje The Present. Een groep verzon activiteiten vooraf, een andere groep bedacht vragen om tijdens het kijken te stellen, en een derde groep stelde een lange lijst samen van verwerkingsactiviteiten die na het kijken gedaan kunnen worden. Lees snel verder en gebruik dit lesplan vooral ook in je eigen lessen!

Movietalk in een TPRS-setting vraagt natuurlijk om een setje doelconstructies: (delen van) zinnen die de leerlingen nog niet kennen of beheersen, en die je zo vaak wilt herhalen dat de leerlingen ze uiteindelijk spontaan kunnen gaan gebruiken. Een filmpje, zeker een filmpje waarin niet of nauwelijks wordt gesproken, kan op ieder niveau worden ingezet. Bekijk het filmpje eens, en bedenk welke doelconstructies jij zou kiezen voor jouw klas. Hieronder vind je drie voorbeelden van doelconstructies voor verschillende niveaus.

The Present from Jacob Frey on Vimeo.

Een stripversie van dit filmpje vind je op:  http://m.9gag.com/gag/aXXWodz

 

Mogelijke doelconstructies

Beginners Midden Gevorderden
•wil spelen
•geeft hem een …
•is boos/blij
•is aan het spelen
•probeert de bal te pakken
•gaat toch naar buiten
•Wordt zo nieuwsgierig dat hij de doos openmaakt
•Gooit de bal om ervan af te zijn
•Zal toch met het hondje gaan spelen

Activiteiten vooraf

Om leerlingen voor te bereiden op een filmpje, kun je een keuze maken uit het alvast inmasseren van de doelconstructies die je gekozen hebt, bijvoorbeeld door middel van TPR of PQA, of juist alvast ervaring aanspreken en daarmee emotionele connectie activeren. De eerste groep workshopdeelnemers koos voor het laatste:

“Er komen nogal wat emoties voorbij in het filmpje: boos, bang, blij, verdrietig, verveeld, geïrriteerd, enthousiast. Wij hebben gekozen om hier de nadruk op te leggen. Je kunt deze emoties laten uitbeelden, en er een spelletje aan koppelen door te laten raden welke emotie uitgebeeld wordt. Dit raden kan in woord, maar ook in beeld, door bijvoorbeeld een set smileys van Facebook te printen zodat leerlingen de gekozen emotie omhoog kunnen houden.”

Andere suggesties uit de groep waren:

  • PQA waarbij je emoties koppelt aan activiteiten: “Word je vrolijk als je buiten speelt? Word je vrolijk als je buiten speelt in de regen of in de zon? Word je vrolijk als je alleen buiten speelt? Waar word je vrolijk: op het strand of op het voetbalveld?” Of: “Word je geïrriteerd als je moeder het licht aandoet? Word je geïrriteerd als je moeder het licht aandoet om 5 uur ’s morgens of om 6 uur ’s avonds? Word je geïrriteerd als Marco Borsato het licht aandoet?” Enzovoort.
  • Combineren met TPR: Een kind krijgt een TPR-commando: “speel met je pen”. Je vraagt aan de klas: is hij met zijn pen aan het spelen? Is hij aan het rennen? Is hij blij of verveeld? Wie speelt er met zijn pen? Speelt hij met zijn pen of met jouw pen? Is hij verveeld? Is hij verveeld omdat hij met zijn pen speelt? Speelt hij met zijn pen omdat hij verveeld is?” Enzovoort, en dan krijgt weer een andere leerling een opdracht en stel je daar weer vragen over.

Tijdens het kijken

Wanneer het filmpje eenmaal aanstaat, is het de kunst om deze af en toe te onderbreken om vragen te stellen zonder de flow van het filmpje al te erg te onderbreken. Stop niet te vaak, en dwaal niet teveel af van de inhoud van het filmpje. Focus met je vragen vooral op de zaken die spanning of emotie oproepen.

De groep workshop-deelnemers koos ervoor om het filmpje stop te zetten op 2 verrassingsmomenten:

  • als de doos op tafel is gezet maar nog niet open;
  • vlak voordat de jongen opstaat

De gekozen doelconstructies (“midden”) passen precies in deze drie fragmenten.

In het eerste fragment kun je ervoor kiezen om vragen te stellen over de jongen: “waar is de jongen, hoe ziet hij eruit, hoe is de sfeer, hoe is zijn emotie.” Let op dat je alleen vragen stelt waarvoor de leerlingen voldoende taal beheersen om ze te kunnen beantwoorden. De doelconstructie “is aan het spelen” kan na dit fragment geïntroduceerd worden, waarna je natuurlijk gaat cirkelen en uitbreiden.

Hoewel je voorzichtig wilt zijn om de flow van het filmpje niet te onderbreken, zou je een kort stukje PQA kunnen doen, bijvoorbeeld: “komt er vaak iemand binnen als jij aan het spelen/gamen bent?”

In het tweede fragment kun je doorgaan met de doelconstructie “is aan het spelen”. Nu kun je vergelijken tussen het hondje en de jongen: Is het hondje een game aan het spelen? Is het hondje of de jongen met de bal aan het spelen? Waarmee is het hondje aan het spelen?”. Nu kun je ook de tweede doelconstructie introduceren en bevragen: “probeert de bal te pakken”.

Voordat je het derde fragment laat zien, kun je vragen: “Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?” Laat de leerlingen dit in groepjes bespreken en eventueel opschrijven. Bespreek de varianten klassikaal. Je kunt hier ook weer de doelconstructies op loslaten, en veel herhalen door de voorspellingen te vergelijken met het uiteindelijkje filmpje.

Na het kijken

De groep die verwerkingsactiviteiten zou bedenken heeft in 20 minuten werkelijk een schat aan ideeën geproduceerd:

  1. Screenshots maken van het filmpje en deze laten zien in een PowerPoint om te bespreken.
  2. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) als ondersteuning voor de leerlingen bij het navertellen van het verhaal.
  3. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) en leerlingen zinnetjes bij ieder plaatje laten schrijven.
  4. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) en daarbij losse strookjes met zinnetjes geven. De leerlingen moeten de goede zin bij ieder plaatje leggen.
  5. In groepjes een andere afloop laten bedenken.
  6. In groepjes laten bedenken wat er na afloop van het fillmpje gebeurt en/of wat er aan vooraf ging. Je kunt de klas in 3 groepjen verdelen, die ieder opschrijven wat er voor, tijdens en na het filmpje gebeurt. Zo creëren ze samen een lang verhaal.
  7. Discussie over bijvoorbeeld: Waarom geeft moeder een hondje met 3 pootjes aan de jongen?
  8. Debat met discussiestelling, bijvoorbeeld: “Het is goed dat een gehandicapt kind een gehandicapt huisdier krijgt
  9. De leerlingen bereiden een interview voor met de jongen, de moeder, of het hondje, en spelen het interview dan uit.
  10. Fotostripverhaal: de leerlingen spelen scenes uit met tekstballonnetjes (vantevoren ingevuld of door henzelf in te vullen) en maken daar foto’s van. De foto’s worden door een handige leerling als een stripverhaal geassembleerd in Word of een ander programma, of kunnen in een PowerPoint als diavoorstelling worden vertoond.
  11. Dialogen bedenken tussen het hondje en de jongen of tussen de moeder en de jongen.
  12. Reflectie: “Wat vond je leuk? Wat vond je het zieligst? Enzovoort.
  13. Het filmpje beschrijven vanuit het oogpunt en de handelingen van de moeder.

Met dank aan alle deelnemers:

Alice Braun, Kirsten Verpaalen, Carmen Meester, Maika Cheizoo, Shichun Lin, Nicole de Boer, Marina Poustochkine, Titia Bouma, Marleen Rezaie-Delbeek, Annemieke Woudt, Anja Beemster, Ine van Waart, Adriënne Izaks, Kirsty Sharwood, Pieternel de Waard.

Geïnspireerd geraakt? Kijk voor meer filmpjes die je kunt gebruiken voor Movietalk op:
https://www.youtube.com/playlist?list=PLpxoZoUeyrPthQ9ieTraQvec0jKjaH-FZ

Voorbeelden van Movietalk door TPRS-docenten vind je op:
https://www.youtube.com/playlist?list=PLpxoZoUeyrPuorWGvhUd1njcMZsIofR1u

Lesplannen en lesideeën met Movietalk vind je in de Movietalk Database:
https://docs.google.com/spreadsheets/d/1MjFKTuUu_fVwO30eJd9zGQliUIwNCO6VmT6kCZfI8V8/edit#gid=0

Kirsten Verpaalen

Kirsten is een docente Nt2 die als geen ander kan invoelen wat mensen meemaken die in een nieuw land gaan wonen en een nieuwe taal moeten leren. Niet alleen is Kirsten een bijzonder vriendelijk en begripvol persoon, maar zelf ondervond ze aan den lijve hoe het is om je in een totaal andere omgeving te moeten handhaven. Als afgestudeerd antropoloog woonde en werkte ze namelijk jarenlang in Kirgizië.

Als docente Nt2 timmert Kirsten hard aan de weg. Sinds 1 januari 2016 is zij partner bij Ad Appel Taaltrainingen. Dat het aangaan van dit samenwerkingsverband samenviel met het schrijven van haar afstudeerwerkstuk heeft Kirsten er niet van weerhouden een prachtig en nuttig beroepsproduct af te leveren. Ze ontwierp en testte een kaartsysteem om zinstructuren visueel inzichtelijk te maken. Dit werd zo goed ontvangen door het publiek dat haar afstudeerpresentatie bijwoonde, dat er wellicht een vervolg op komt. We zullen nog vaker van Kirsten horen!

Alice Braun

Alice Braun is een docente Nt2 met hart voor haar cursisten, die sinds 2016 met veel enthousiasme met TPRS lesgeeft. Alice besloot na een korte workshop spontaan om meteen de week erna, samen met haar zus, te beginnen aan de TPRS-opleiding. En ook al waren de omstandigheden niet ideaal (een pasgeboren baby, een verblijf in het ziekenhuis), Alice wist als geen ander door te zetten en vond steeds weer creatieve manieren om op onverwachte plaatsen en tijden haar studie voort te zetten.

Als beroepsproduct ontwierp ze een opzet voor een TPRS-curriculum voor Nt2, waarvan ze drie lessen gedetailleerd uitwerkte. Dit product belooft de basis te gaan vormen voor een volledige Nt2-lesmethode op basis van TPRS. Van Alice zullen we dus nog meer horen!

Kirsty Sharwood

Kirsty komt je vast bekend voor van de filmpjes op onze website, waar ze rustig en weloverwogen vertelt over haar ervaringen met TPRS in haar lessen voor volwassenen en kinderen. Kirsty heeft een heel eigen draai gegeven aan TPRS door het te combineren met dans en drama. De TPRS-verhaaltjes worden in haar lessen dan ook helemaal uitgebeeld, compleet met bijbehorende verkleedkleren.

Hoewel TPRS voortkomt uit Total Physical Response, waarin beweging essentieel is, zitten in veel TPRS-lessen de leerlingen toch vooral op hun eigen stoel. Zo niet bij Kirsty, waar leerlingen rondlopen, dansen, bewegen, zingen en toneelspelen. Deze ijzersterke combinatie heeft ervoor gezorgd dat Kirsty inmiddels een bloeiende Engelse taalschool runt: English and…. action!

Daarnaast begeleidt ze leraren op een CLIL-scholengroep. In deze werkomgeving pleit ze bevlogen voor de invoering van begrijpelijke-inputtechnieken die ze in haar TPRS-opleiding heeft opgedaan. Met haar grondige kennis over onderzoek naar taalverwerving kost het haar geen moeite haar ideeën over goed taalonderwijs overtuigend over te brengen. Haar hart voor de leerlingen en haar bevlogenheid over de combinatie TPRS, beweging en drama maken van Kirsty een bijzondere TPRS-docent.

Alike Last

In deze eerste maand van het nieuwe jaar zetten we een docent in het zonnetje zonder wie TPRS misschien wel totaal onbekend was gebleven in Nederland. Alike Last is een bekende naam in TPRS-kringen, zowel in Nederland als daarbuiten. Al sinds 2003 is zij een groot voorvechtster van de voorloper van TPRS: Total Physical Response. Een logisch vervolg was het werken met TPRS, waar Alike in 2007 mee startte. Op haar initiatief werd Von Ray (de zoon van Blaine Ray) in datzelfde jaar uitgenodigd om workshops te geven op de Landelijke Studiedag van de Levende Talen, waardoor ook anderen (zoals wijzelf) met TPRS kennis konden maken.

Alike geeft Franse les aan volwassenen bij Vrolijk en Frans, schrijft een blog, en verzorgt daarnaast workshops en trainingen over TPRS via Taalleermethoden.nl. Ze beperkt zich daarbij niet tot alleen deze methode: TPR, Multiple Intelligences en Total Physical Response behoren eveneens tot haar expertise. Ook was zij, samen met Iris Maas en Kirstin Plante, medeoprichter van de Stichting TPRS Platform, een non-profitorganisatie die tot doel heeft docenten te informeren over TPRS, en TPRS-docenten met elkaar in contact te brengen. Alike is op dit moment voorzitter van de stichting, en in die hoedanigheid heeft ze al vele contacten gelegd met organisaties in onderwijsland.

Deze onvermoeibare docente heeft in al die jaren nog niets van haar vuur verloren:  “Ik ben razend enthousiast over TPRS omdat leerlingen (cursisten) de taal er moeiteloos en met veel plezier mee verwerven en echt in de doeltaal gaan denken en de taal vloeiend gaan beheersen.”

TPRS als god in Frankrijk

De “TPRS-workshop” in Agen, die in drie jaar is uitgegroeid tot een heus Europees TPRS-congres, vindt ook komende zomer weer plaats. Het is een fantastische gelegenheid om in zomerse sferen andere TPRS-docenten uit Europa te leren kennen, en workshops te volgen bij de beste trainers en coaches uit Europa en de VS. Doe inspiratie op in de vele workshops over TPRS en sluit nieuwe vriendschappen in een onstpannen vakantiesfeer!

Het congres wordt georganiseerd door Judy Dubois van TPRS-Witch, in samenwerking met Teri Wiechart uit de VS, en ondersteund door enkele betrokken Franse taaldocenten. Judy staat erop om het congres een “workshop” te noemen, maar om verwarring te vermijden houden wij het graag bij de benaming “congres”.

De eerste keer dat Judy enkele mensen bij elkaar bracht om hen over TPRS te vertellen was in 2013.  Een enthousiaste groep van 15 mensen uit allerlei landen waren bijeengekomen om ideeën uit te wisselen en van elkaar te leren. Het jaar daarop kwamen er 25 mensen, en in 2015 was de groep al gegroeid tot 47 deelnemers. In 2016 verwacht Judy ongeveer 150 (!) deelnemers, waarvan er een flink aantal uit Nederland zullen komen. Judy heeft aanmeldingen uit Turkije, Noorwegen, Tsjechië, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland en vele andere landen. Het belooft dus een echt internationaal congres te worden, met als bijzondere aanwezigen: Stephen Krashen, Linda Li, Ben Slavic en Laurie Clarcq.

Deelname bedraagt 425 euro, maar als je voor 1 maart inschrijft betaal je slechts 345 euro. Schrijf je dus snel in! Er gaan al heel wat docenten uit Nederland, dus het belooft een gezellige week te worden.

Carmen Meester

Deze energieke, charmante en enthousiaste docente Spaans is de verpersoonlijking van ons motto “Teach with passion”. Het enthousiasme spat van haar af, zowel als je haar in levende lijve ontmoet als wanneer je haar online opzoekt. Met TPRS is Carmen meteen in het diepe gesprongen. Nog tijdens haar opleiding is ze aangetreden als secretaris bij de Stichting TPRS Platform, een organisatie die TPRS-docenten bij elkaar brengt en kennismakingsworkshops organiseert voor mensen die nog niet bekend zijn met deze werkwijze.

Carmen heeft haar eigen talenschool, “Español y más” genoemd, waar ze bevlogen lesgeeft aan volwassenen en kinderen. Een cursiste schreef over haar lessen: “En toen was daar Carmen die ons haar methode uitlegde, dat een jong kind ook geen rijtjes leert, maar luistert naar zijn omgeving, leert te begrijpen en uiteindelijk gaat praten. Geweldig! En dat is wat wij nu wekelijks doen. We luisteren naar Carmen, we lezen teksten, we voeren kleine toneelstukjes op met elkaar en al doende leren we om te spreken. Het is een feest. ¿Hablas español? Si! Un poco más!”

Carmen kan erg goed uitleggen wat TPRS inhoudt. Zie haar bijdragen aan de video’s op onze site. We zijn er dan ook zeker van dat we in TPRS-land nog veel zullen horen van Carmen. Nieuwsgierig? Neem een kijkje op haar site of haar facebookpagina.

Contrasten in grammatica

Hoe kun je contrasten gebruiken om grammatica door middel van beweging, vergelijkingen en context zo drempelvrij mogelijk te maken?

Sinds ik TPRS gebruik in mijn lessen (Spaans – Hotelschool/HBO), ben ik me gaan realiseren dat mijn leerlingen niet vlotter gaan spreken door het bespreken van grammaticale regels (bijv. “zelfstandige naamwoorden op –(d)ad zijn altijd vrouwelijk”). Wat wel helpt, is de grammatica bespreken in context (“zie je die –O- in ‘hablO’? Dat komt omdat het (verhaaltje) over ‘ik’ gaat”). Dat betekent dat je enkel de gegevens uit de context gebruikt om een grammaticaal fenomeen toe te lichten. In eerste instantie geef je zelf de verklaring, maar na enkele keren hetzelfde verschijnsel te hebben belicht, vraag je de klas de uitleg ervan te geven. In een zinnetje als “Gisteren ging Jan naar de markt”, wil ik graag dat mijn leerlingen gaan letten op de verleden tijd ‘ging’. Ik wijs herhaaldelijk op de combinatie van ‘gisteren’ en ‘ging’, totdat de leerlingen zelf antwoord kunnen geven op mijn vraag ‘waarom staat er ging’? (antwoord: omdat het ‘gisteren’ gebeurde).

Wat ik zelf vervolgens erg prettig vind, is de grammatica contrastief aan te bieden, dus verschillende grammaticale verschijnselen (in verschillende contexten) tegenover elkaar te zetten. Ga ik nogmaals uit van de constructie “Gisteren ging Jan naar de markt”, wordt mijn contrastvraag ‘Ging jan gisteren naar de markt, of gaat Jan vandaag naar de markt?’). Door herhaaldelijk of-vragen te stellen rondom twee verschillende werkwoordstijden, probeer ik mijn leerlingen de context rondom deze tijden mee te geven.

Een extra manier om verschillende grammaticale verschijnselen in te slijten is deze te koppelen aan een fysieke handeling. Je kunt leerlingen bijvoorbeeld in groepjes een grammaticale vorm laten vertegenwoordigen (verschillende werkwoordstijden: een ‘vandaag’-groepje, een ‘gisteren’-groepje, een ‘morgen’-groepje etc.).

Wanneer je nu verschillende scènes/zinnetjes uit een bestaand verhaaltje vertelt (“Jan ging naar de markt”) en deze qua grammatica regelmatig wijzigt in ‘parallelle’ versies -“Jan gaat naar de markt”/”Jan zal naar de markt gaan”-, vraag je de verschillende groepjes op te staan als ‘hun’ versie wordt genoemd. Je kunt ook een aantal leerlingen de opdracht geven naar het juiste groepje te lopen telkens wanneer jij een zin/scène opnoemt.

Heb jij een leuk voorbeeld in jouw (doel-)taal? Help je collega’s en plaats hem hier als reactie!

Na 9 jaar onvrijwillige Spaanse input…

Hoe 9 jaar onvrijwillige begrijpelijke input toch een groot effect kan hebben. Wat begon als een experiment (“zou ik gewoon Spaans kunnen gaan praten met mijn kinderen?”) werd een gewoonte. Mijn kinderen spreken geen Spaans terug, maar zoveel input kan gewoon niet zonder gevolgen blijven.

Op een goede dag, 9 jaar geleden, besloot ik om voortaan een dag per week Spaans te praten tegen mijn kinderen. Met mijn jongste – toen 2 jaar – op schoot had ik een Spaanse variant bedacht op een Nederlands kinderliedje. Hij was er net zo blij mee als met het Nederlandse liedje! Dus dacht ik: als ik gewoon Spaans tegen hem ga praten, dan vindt hij dat misschien net zo gewoon.

Nu had ik ook nog twee oudere kinderen, op dat moment 5 en 7 jaar oud. Zij moesten er natuurlijk ook aan geloven, en vanaf dat moment sprak ik iedere woensdag alleen nog maar Spaans. De verschillen waren enorm: de tweejarige gaf geen sjoege, en was net zo blij als altijd. De 7-jarige luisterde aandachtig, interpreteerde de context waarin ik dingen zei en begreep daardoor wel ongeveer wat ik bedoelde. De 5-jarige zat er net tussenin: te jong om analytisch te kunnen luisteren, te oud om gewoon met de stroom mee te gaan. Die arme 5-jarige heeft een half jaar lang iedere woensdag een heftige strijd geleverd met haar moeder: “zeg het nou gewoon in het Nederlands!” Maar het grote nadeel van een moeder die ineens een bepaald principe heeft: de kinderen lijden daaronder. De moeder overigens ook 🙁

Nu is het 9 jaar later. Al 8,5 jaar spreek ik drie dagen in de week Spaans. De kinderen hebben niet eens meer door of ik Nederlands of Spaans spreek. Soms vragen ze: “Praat je eigenlijk nog wel eens Spaans?” Zelf vertikken ze het overigens om Spaans terug te praten – ze blijven hardnekkig in het Nederlands antwoorden. Maar met haar heilige overtuiging dat begrijpelijke input toch leidt tot taalverwerving, is de moeder stug blijven volhouden. En hee, wat leuk. De oudste, inmiddels 16, begon op een goede dag de lol ervan in te zien een taal te kunnen spreken die de omstanders niet verstaan. En heeft vervolgens een hele dag aangenaam in het Spaans lopen keuvelen met zijn moeder. Die natuurlijk net deed alsof dat heel normaal was (maak vooral nooit ophef over iets wat een puber doet) en alleen vanbinnen liep te juichen.

De tweede, inmiddels 14, heeft Spaans op school. Ze moppert altijd hevig dat ze ‘eigenlijk helemaal geen Spaans kan, want ik moet altijd alle woorden opzoeken en kan nooit bedenken hoe je iets in het Spaans zegt”. Deze week moest ze voor school een opstel schrijven over de ontdekking van Latijns Amerika. Of ik het even wilde nakijken. Ik las de tekst door. Een prima tekst, hier een daar kon een dingetje net iets beter. Maar eerlijk gezegd had ik in eerste instantie helemaal niet door hoe bijzonder dit was. Tot ik bij het gedeelte kwam dat haar klasgenote had geschreven, en waar ineens niets meer van te begrijpen was omdat het Nederlandse zinnen waren met Spaanse woorden. Toen pas begreep ik dat ik hier het ultieme bewijs onder ogen had van de kracht van begrijpelijke input. Natuurlijk had ze allerlei woorden moeten opzoeken. Maar in het woordenboek staan altijd meerdere keuzes, en zij koos de woorden ‘die het beste klonken voor deze zin’. En vervolgens maakte ze met die woorden SPAANSE zinnen! Goed lopende, grotendeels correcte Spaanse zinnen. Geen greintje Nederlands klonk er in door! De tranen sprongen me in de ogen (maar ik hield me in, want je moet nooit huilen over iets fantastisch dat een puber doet).

Dit is een van de prachtigste voorbeelden die ondersteunen wat ik altijd tegen cursisten en mensen in workshops zeg: TPRS is geen methode om ‘sneller’ een taal te leren. Voor het verwerven van een taal is tijd nodig. En voor het opbouwen van een groot vocabulaire ook. Maar TPRS, of in dit geval ‘gewone’ begrijpelijke input, maakt leerlingen en cursisten lenig in de taal. Het maakt dat ze met de weinige woorden die ze kennen, of met woorden die ze hebben opgezocht, goede zinnen kunnen vormen. Het maakt dat ze kunnen horen of het ‘goed klinkt’.

Ik zou heel graag meer van dit soort voorbeelden lezen, groot of klein. Heb jij zoiets meegemaakt met een leerling of cursist? Schrijf je ervaring dan alsjeblieft hieronder!

Annemieke Woudt

Annemieke Woudt was in maart 2014 de eerste cursist die een Getuigschrift ontving van de Deeltijdopleiding tot TPRS-docent. Ze geeft Nt2 aan nieuwkomers in Nederland, schrijft kinderboeken en heeft het mooiste uitzicht dat je je maar kunt wensen.

Annemieke had zich voor haar afstudeerproject gespecialiseerd in het werken met een doorlopend feuilleton, over twee personages die in haar lessen levendig werden verbeeld door bereidwillige acteurs.  Het feuilleton was door Annemieke zelf geschreven, en in de loop van een serie lessen voegden haar cursisten allerlei ideeeën toe over de belevenissen van de twee hoofdpersonen, Bram en Sara. De verhaaltjes die aldus ontstonden gebruikt ze nog altijd in haar lessen, en omdat de personages en hun belevenissen zo herkenbaar zijn, is het steeds weer een succes.

Annemieke heeft haar eigen school voor Nederlands aan anderstaligen, genaamd Taal aan de Zaan.