Hoe kun je jargon personaliseren?

Jargon personaliseren

Hoe maak je het leren van jargon en vaste formuleringen persoonlijk en interessant voor je studenten of cursisten? Iris Maas vertelt over een oplossing die ze bedacht naar aanleiding van het NTPRS-congres in Las Vegas

Tijdens mijn Spaanse lessen op de Hotelschool oefen ik het ‘huis-tuin-en-keuken’ Spaans graag d.m.v. persoonlijke gesprekjes met mijn studenten. Op die manier bepalen zij voor een groot deel de onderwerpen die aan bod komen, terwijl ik via het stellen van allerlei cirkelvragen ervoor zorg dat de relevante grammaticale structuren voldoende aan bod komen. Ook het inoefenen van vakjargon en standaard hotellerie-structuren vormt echter een belangrijk onderdeel van de les. Maar ja, hoe maak je iets wat standaard is nu interessant en persoonlijk?

Voor mij heeft personalisatie in TPRS altijd betekend ‘cirkelvragen stellen rondom de interesses/voorkeuren/ervaringen van je studenten’, maar nadat ik deze zomer naar de TPRS-Conferentie in Las Vegas ben gegaan, is het me meer en meer duidelijk geworden dat een eenduidige interpretatie van ‘persoonlijk’ niet bestaat. Voor de ene docent is het bepalen dat ‘student X een fan is van Y’ persoonlijk, omdat je de les opbouwt rondom deze student (ook al is hij/zij in het echte leven misschien helemaal geen fan van Y), terwijl de ander een kort klassengesprekje aan het begin van de les over het thema van die dag, om het ijs te breken en de groep een bepaalde focus bij te brengen, al voldoende vindt.

Dit inzicht gaf me nieuwe inspiratie om verder te gaan experimenteren: vorige week ben ik weer begonnen met lesgeven, en heb ik mijn studenten als opdracht gegeven hun favoriete (droom-)restaurant & hotel, en favoriete persoon te tekenen, met daarbij een paar steekwoorden in het Spaans. Deze tekeningen heb ik voor mezelf gekopieerd, zodat ik ze het hele blok (= bij ons acht weken) bij de hand heb. Vervolgens heb ik samen met de studenten een setting gecreëerd waarin droomhotel X en favoriete persoon Y (= voorkeuren van willekeurige studenten) de hoofdrol spelen. Eén van mijn studenten was de receptionist. Toen heb ik samen met hen de checking-in procedure via het stellen van cirkelvragen doorgenomen (“Zegt Priscilla (=student/receptioniste) tegen persoon Y Goedemiddag, meneer/mevrouw Y, welkom in hotel X. Waar kan ik u mee van dienst zijn? of zegt ze Goedemiddag, mag ik je paspoort” etc. etc.).

De studenten keken in het begin nogal op van deze ‘kinderachtige’ werkwijze, maar vonden het gaandeweg wel grappig. Voor mij was het echter hard werken, omdat ik merkte dat mijn studenten gehinderd werden door hun algemene kennis van de check-in procedure (“Maar je zegt als receptionist toch niet alleen de naam van het hotel, maar ook je eigen naam??” etc.). Hierdoor luisterden ze niet goed naar hoe ze deze standaard stappen in het Spaans moeten zeggen. Dat had ik niet voorzien..!

Nou ja, ik probeer dit de komende weken bij te stellen en dan hoop ik dat ik wat handiger wordt in deze werkwijze. Als jij een leuk idee hebt dat me verder kan helpen, laat het me weten!

Iris Maas

Vaart in het verhaal

Wanneer geef je een TPRS-verhaal vaart, en wanneer moet je juist even pas op de plaats houden? Iris zoekt en vindt steun bij de opstart-tips van Ben Slavic.

Met mijn Hotelschool-studenten werk ik vooral met PQA en het personaliseren van allerlei werksituaties, maar afgelopen week heb ik weer eens een ouderwets verhaal gebouwd met mijn klas (een nieuwe groep, enige voorkennis).

Mijn geheime agenda was het introduceren van de verleden tijden, gekoppeld aan hotelgerelateerd vocabulaire, zoals receptie, vijf sterren, restaurant, check-in, etc. Qua vorm wilde ik graag wat meer vaart in het verhaal, omdat ik regelmatig aanloop tegen het feit dat ik blijf ‘hangen’ in minder belangrijke details van het verhaal.

De vaart lukte prima; ik ging met reuzestappen van scène naar scène. Maar…. in mijn enthousiasme en voortvarendheid voelde ik mijn aandacht voor het cirkelen verslappen, terwijl ik natuurlijk als de beste weet dat dít juist de basis is van TPRS!

Volgens Ben Slavic is het vooral van belang om aan het begin flink de vaart erin te zetten: zo snel mogelijk het probleem introduceren, omdat het probleem de motor is van het verhaal. Ook is het zaak om meteen na het probleem een acteur naar voren te roepen, omdat een acteur zorgt voor een emotionele band met het verhaal. Maar staan deze twee zaken eenmaal op poten, dan kun je pauzeren, parkeren en cirkelen dat het een lieve lust is.

De volgende keer ga ik dus proberen een betere dynamiek te creeeren tussen acties (de opeenvolging van verschillende scenes) en de details (het stilstaan bij, en inkleuren van deze scenes), met de tips van Ben Slavic in gedachten.

Gelukkig hoorde ik dat mijn studenten, ondanks de in mijn ogen ernstige fouten die ik had gemaakt, elkaar aanstootten met de opmerking ”this is so much more fun than our English course”. Dat geeft de burger weer moed 🙂

Iris Maas