TPRS en dyslexie

Onlangs hielden we een proefles Spaans met TPRS voor een groep mensen met dyslexie. TPRS lijkt een goede manier om taal te onderwijzen aan mensen met bepaalde leerbehoeften, maar voor zover ik weet is er nog geen onderzoek gedaan naar TPRS in relatie tot dyslexie. Met deze proefles willen we een aanzet geven tot het doen van onderzoek naar betere lesvormen voor talenonderwijs aan dyslecten.

De deelnemers hebben tijdens hun schooltijd (en daarna) allemaal moeite gehad met het leren van vreemde talen. Niet alleen doordat ze moeite hebben met lezen, maar ook doordat ze informatie soms op een andere manier verwerken. Ze waren benieuwd naar deze vorm van lesgeven, en hadden zich daarom aangemeld voor dit ‘experiment’.

Na de proefles bespraken we hun ervaringen. Over het algemeen waren ze enthousiast, met name over de verschillende manieren waarop betekenis wordt gegeven aan nieuwe woorden en zinnen. Ook het stap voor stap opbouwen van de zinnen, en het direct vaststellen van de betekenis werd als prettig ervaren:

Wat voor iedereen met dyslexie geldt is dat ze graag expliciet leren hoe dingen in elkaar zitten. Dat is ook een algemene regel bij het onderwijzen van een vak dat voor iemand moeilijk is. Het onderwerp wordt niet ‘aangevoeld’, wat moet worden geleerd moet expliciet worden genoemd en er mag geen stapje worden overgeslagen. (Dat deed je ook beslist niet, dinsdag!)” 

Natuurlijk zijn dyslecten onderling net zo verschillend als niet-dyslecten, dus sommigen vonden de manier van spreken bijvoorbeeld veel te overdreven, anderen vonden dat juist fijn. Een van de deelnemers schreef:

“Ik weet zeker, dat deze vorm van taal leren veel gemakkelijker is als je dyslexie hebt, dan wanneer je het allemaal uit een boek moet leren. Mensen met dyslexie die muzikaal zijn ingesteld leren een vreemde taal gemakkelijk op het gehoor. Zet ze drie maanden (alleen) in Schotland en ze spreken vloeiend Schots, met accent en al. Schrijven is natuurlijk een heel ander verhaal. Maar niet iedereen met dyslexie is muzikaal ingesteld, dus dit geldt voor een deel van de groep.”

Maar over één ding waren ze het allemaal eens: “We moeten vantevoren weten dat er geen foute antwoorden zijn.” Mensen met dyslexie zijn in hun schoolcarrière vaak behandeld alsof ze dom of lui waren, omdat ze minder snel teksten konden verwerken dan anderen. Vooral volwassenen hebben dit ervaren, omdat er in hun jeugd nog weinig of niets bekend was over dyslexie. Hierdoor zijn dyslecten heel bang voor schoolse situaties waarin ze fouten zouden kunnen maken. En juist TPRS zou daarom zo’n prettige manier van taalleren kunnen zijn, omdat er binnen TPRS geen ‘fouten’ bestaan.

Ik (Kirstin) moet bekennen dat ik hier niet op had geanticipeerd. In mijn reguliere cursussen geef ik een heel korte uitleg en begin ik snel met het opbouwen van het verhaal. Al doende geef ik tussendoor steeds een korte toelichting op wat er van de cursisten verwacht wordt. In een groep met dyslecten is het toch echt aan te raden om meer tijd te nemen om mensen op hun gemak te stellen. Zoals een van de deelnemers schreef:

“Wat betreft de faalangst denk ik dan ook, dat een introductie handig zou zijn, waarbij je aangeeft dat we een verhaaltje in het Spaans gaan maken, waarbij jij een beetje stuurt en waarbij de deelnemers ook dingen kunnen inbrengen – in het Nederlands of in het Spaans – en dat er niets fout is. En dat je zo woorden leert, maar ook zinsbouw, articulatie en intonatie. Toen ik doorkreeg wat de bedoeling was, heb ik ervan genoten!”

Uiteindelijk was iedereen enthousiast en positief over de TPRS-les. Een van de deelnemers had direct na de les nog wat bedenkingen, maar schreef me twee weken later:

“Nog even een reactie op de proefles die ik bij je gedaan heb. Ik merk dat ik het erg leuk vond en ik merkte ook dat ik in de bus steeds de zin die we leerden aan het herhalen was in mijn hoofd. En toen ik thuis was kon ik hem met bewegen en al vertellen. Ook nu nog kan ik me het deuntje en enkele woorden van die zin herinneren. Eigenlijk vond ik het leuker dan ik dacht dat het zou zijn, en ook leuker dan ik dacht dat ik het aan het einde van de les vond.”

Na de les hielden we een kleine enquête, waarin deelnemers konden aangeven wat hen hielp bij het taalleren, en wat hen juist niet hielp. De resultaten laten zien dat er veel verschillen in persoonlijke voorkeur zijn, maar ook dat sommige aspecten door meerdere mensen werden genoemd.

Dit hielp mij WEL:

  • het uitbeelden,
  • het 2-talig op het bord schrijven, zodat je af kunt kijken
  • het nazeggen (sic)
  • de gebaren, vooral van de wat lastiger woorden zoals ‘klein’ en ‘zoekt’
  • het herhalen
  • de tekst op het bord
  • de duidelijke uitspraak met het uitbeelden
  • veel herhalen
  • stapje voor stapje het verhaal opbouwen
  • het verhaal begrijpen is veeeeeel gemakkelijker dan het spreken
  • de vraagwoorden aan de muur
  • het langzame spreken
  • de expressie
  • de afwisseling in toon: hard, zacht, …
  • de drama, actie en interactie
  • de spulletjes en plaatjes

Dit hielp mij NIET:

  • ik moet er niet aan denken zolang voor de klas te zitten en dan mee te doen
  • ik zou sneller het verhaal laten herhalen om in de cadans van het verhaal te komen
  • soms gaat het te langzaam, daardoor dwaal ik af
  • ik vond de logica lastig, wist niet waarom een antwoord goed of fout was, en ben wat gevoelig voor het fout doen
  • te overdreven bewegen
  • ik miste het dat we niet mochten nazeggen
  • je moet even weten hoe het ‘verhaal opbouwen’ werkt
  • je moet meekunnen in de speelsheid

Nader onderzoek

Nu in dit kleine experiment naar voren is gekomen dat de TPRS-benadering door enkele dyslecten als een welkome manier van taalonderwijs wordt gezien, zouden we graag zien dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van TPRS als lesvorm voor mensen met dyslexie. Mogelijke onderzoeksvragen zouden kunnen zijn:

  • Zijn er aspecten van TPRS die voor alle typen dyslecten nuttig zijn bij het leren van een vreemde taal?
  • Zijn er aspecten van TPRS die beter achterwege gelaten kunnen worden in taallessen aan dyslecten?
  • Zijn er zaken die toegevoegd zouden moeten worden aan TPRS wanneer deze benadering gebruikt wordt voor taallessen aan dyslecten?

Ken je iemand die nog een onderwerp zoekt voor een master thesis, of ben je zelf geïnteresseerd? Neem contact met ons op! Wij helpen je graag verder. (LET OP: we hebben geen kant-en-klare onderzoeksopzet voor je klaarliggen!)

Voor meer informatie over dyslexie:

Voor meer informatie over dyslexie en taalleren:

  • Irene Brouwer Konyndyk: Foreign languages for everyone.
  • A.J. van Berkel: Orthodidactische gids voor het vreemde-talenonderwijs
  • Wim Tops en Gitte Boons: Dyslexie en moderne vreemde talen

Hoe praat je over TPRS zonder mensen af te schrikken

Toen wij begonnen met workshops geven over TPRS, ontstond er vaak weerstand in het publiek. Soms reageerden mensen zelfs boos op wat wij stonden te vertellen. In de negen jaar na dat moeizame begin hebben we een manier van presenteren ontwikkeld waarbij onze deelnemers zich (overwegend) goed en erkend voelen, zelfs als ze het niet eens zijn met het onderwerp van onze presentatie. We hebben geleerd door vallen en opstaan, en ook door goed te kijken naar grote meesters als Susan Gross, Beth Skelton en Laurie Clarcq, die onze voorbeelden zijn geweest. In deze blog vertelt Kirstin wat we in die jaren hebben geleerd.

Gisteren zag ik een video van Julian Treasure over hoe je ervoor kunt zorgen dat mensen ook echt luisteren naar wat je wilt zeggen. Vrijwel alles wat ik de afgelopen negen jaar geleerd heb over presenteren viel ineens op z’n plek. Ik hoop dat het relaas van mijn fouten, onze inzichten en de wijsheid van de ‘groten’ die ons inspireren jou ook kan helpen een betere workshopleider of presentator te worden dan je al bent.

Hoe raak je je publiek snel kwijt

Julian Treasure onderscheidt in zijn video (zie hieronder) de zeven zonden van de spreker. Ik heb hieruit de ‘zonden’ gekozen waar ik zelf ervaring mee heb. Spreekt een van de andere jou meer aan? Vertel het ons in een reactie onder dit blog!

Kwaadspreken

Ooit vroeg een docent tijdens een van onze presentaties wat ik vond van methode X. Ik zei dat het idee van methode X me absoluut aansprak maar dat ik had gehoord (wat ook echt zo was) dat leerlingen die met die methode les kregen, wel konden spreken maar niet wisten wat ze precies zeiden. Ik krijg nog buikpijn van gêne als ik aan dat moment terugdenk. Het was een enorme blunder. Zelfs al was het waar wat ik zie (ik had het van meerdere ouders en zelfs een docent gehoord), dan nog werd het, uiteraard, opgevat als grove kritiek op die methode, en de negatieve emoties die dit opriep bij het publiek werden geprojecteerd op TPRS. De workshop was niet meer te redden. Dus spreek geen kwaad over andere manieren van lesgeven, over andere overtuigingen of wat dan ook. Kwaadspreken veroorzaakt meer kwaad dan je lief is.

Oordelen

De mensen in je publiek hebben allemaal hun eigen geschiedenis. Ze proberen allemaal zo goed mogelijk les te geven, of soms alleen maar zich zo goed mogelijk staande te houden in lastige omstandigheden op school. Er is geen enkele reden om hen het gevoel te geven dat wat zij tot nu toe hebben gedaan niet goed genoeg of zelfs fout is. Oordeel niet over hen; je weet niet waar ze vandaan komen.
Er is, naast respect hebben voor de overuitingen van de ander, nog een goede reden om je publiek een goed gevoel te geven: mensen die in jouw workshop het gevoel hebben dat jij negatief over hen oordeelt, zullen ook een negatief oordeel hebben over het onderwerp van jouw workshop, en zich daar in negatieve bewoordingen over uitlaten tegen anderen.

Negativiteit

Iedere negatieve opmerking die je maakt stuurt het brein van je deelnemers naar een negatieve focus. Dit kunnen kleine dingen zijn, zoals opmerkingen over de workshopruimte, het weer of de tijdsplanning. Steeds als je iets negatiefs zegt, zullen je deelnemers onbewust meer op negatieve zaken gericht zijn. Dus zelfs als de ruimte te klein is voor het aantal mensen, of als de whiteboardstiften niet goed schrijven: zeg er niets over, of probeer er iets positiefs van te maken: “wat zitten we hier gezellig dicht bij elkaar”.

Dogmatisme: meningen verwarren met feiten

In onze eerste presentaties wilden we nog wel eens dingen zeggen als “dit is de beste manier om talen te onderwijzen”, en “grammaticaregels geven werkt niet”. Mensen werden boos of liepen weg, en we begrepen al snel dat het opleggen van onze mening niet de beste weg was om mensen geïnteresseerd te krijgen. Wij kunnen nu wel denken dat TPRS het beste is wat ons in onze professionele loopbaan is overkomen, maar dat betekent nog niet dat het voor iedereen het beste is. Het is een mening, geen feit. En zelfs al zouden we denken dat TPRS voor iedereen het beste zou zijn, dan nóg levert het opleggen van jouw mening aan anderen het tegengestelde effect op. Mensen willen graag zelf bepalen waar ze in geloven.

Hoe krijg je je publiek met je mee?

Goed, dus nu weten we wat we niet moeten doen. Maar wat kunnen we nu doen om ons publiek voor ons te winnen? Treasure geeft vier eenvoudige maar effectieve tips.

Eerlijkheid: wees helder en rechtdoorzee

Als je eerlijk bent over wat je voelt en meemaakt, stel je jezelf open voor anderen, waardoor anderen ook opener staan voor jou. Eerlijk zijn kan over kleine dingen gaan. Ben je zenuwachtig? Zeg gewoon dat het een leuke workshop wordt, maar dat je wel zenuwachtig bent. Zodra je het gezegd hebt, voel je je al minder nerveus, en je publiek ziet dat jij ook maar een mens bent zoals zij, waardoor je gun-factor omhoog gaat. Weet je geen antwoord op een vraag uit het publiek? Ga niet bluffen, maar zeg eerlijk dat je het niet weet, vraag het mailadres van de vragensteller en zeg dat je het gaat uitzoeken en erop terug komt. Mensen waarderen eerlijkheid en de extra moeite die je voor ze doet.

Authenticiteit: wees jezelf

De enthousiasme laten zien over wat je doet en bereikt in je lessen is heel inspirerend. Denk niet dat je bij een presentatie ineens een heel ander, serieus persoon moet zijn om een professionele indruk te maken. Laat zien wie jij bent, dat je ook een gewone docent bent en geen superdocent bij wie nooit iets fout gaat. Toegeven dat je niet perfect bent, dat TPRS je energie geeft maar ook moeite kost en tijd om het te leren, maakt het voor anderen gemakkelijker te accepteren en te zien dat zij het ook zouden kunnen. Als iets wat jij doet of hebt geleerd is ontstaan door een persoonlijke behoefte, vertel dat dan vooral. Een presentator vertelde eens dat hij zoveel over lichaamstaal wist omdat hij vroeger zelf notoir slecht was in lichaamstaal en zich er dus bewust in had moeten verdiepen. Zo’n persoonlijke voorgeschiedenis laat zien waar jouw inzichten vandaan komen, en maakt de rest van je verhaal veel toegankelijker.

Integriteit: doe wat je zegt

In jouw eigen lessen doe je er alles voor om de leerbehoeften van je leerlingen te respecteren en hen de taal te laten verwerven in hun eigen tempo. Je nodigt ze uit mee te doen, je verwelkomt hun ideeën en toont interesse in hun ervaringen en verhalen. Toon deze houding ook als je een workshop geeft! Je deelnemers zijn je leerlingen. Ze hebben behoefte aan erkenning, aan respect en verwerken alles op hun eigen tempo. Dus ook als je over TPRS praat: wees open en vriendelijk. Beloon goede vragen met een high five. Zoek naar interactieve manieren om de informatie te laten verwerken. Kortom: wees een TPRS-docent!

Love: wens hen het beste

Wees vriendelijk en geduldig. Iedereen in jouw workshop heeft zijn/haar eigen geschiedenis en achtergrond. Sommigen van ons hebben de schoonheid van TPRS onmiddellijk ingezien, anderen hebben een lange weg bewandeld voordat ze TPRS konden omarmen. De meeste mensen hebben tijd nodig om al die nieuwe informatie en indrukken te verwerken, om na te denken en onzekerheden te overwinnen voordat ze nieuwe ideeën kunnen accepteren. Sommige mensen zullen TPRS nooit accepteren. Dat is hun recht. Wens ze desalniettemin het allerbeste.

Dit kan moeilijk zijn. Als mensen reageren op een manier die voor jou als weerstand voelt, kun je in de verdediging schieten of je boos fo aangevallen voelen. Je kunt er even door stilvallen, en niet in staat zijn een vriendelijk en geduldig antwoord te geven. Een goede truc is dan te zeggen: “Dat is een interessante vraag/opmerking. Wie wil daar op antwoorden/ op ingaan?” Er zijn altijd wel mensen in je publiek die het eens zijn met wat jij probeert te vertellen, en die willen antwoorden op de vraag of willen reageren op de opmerking. Dit geeft jou de tijd om je emoties op orde te krijgen en je eigen antwoord/reactie voor te bereiden. Bovendien laat je hiermee zien dat je niet zomaar iets staat te vertellen, maar dat er meer mensen zijn die achter jouw ideeën staan of deze in elk geval herkennen.

Dank voor het lezen!
Ik ben heel benieuwd wat je van deze blog vindt, want het is een onderwerp dat me na aan het hart ligt. Reageer alsjeblieft hieronder. Als onze werkwijze je aanspreekt en je wilt zelf een TPRS-workshop gaan geven, kijk dan ook eens bij onze GRATIS WORKSHOP-IN-A-BOX die je kunt gebruik om je workshop mee voor te bereiden!

Bekijk ook de video van Julian Treasure hieronder, waarin hij ook nog praktische tips geeft over stemgebruik en dergelijke.

TPRS als god in Frankrijk

De “TPRS-workshop” in Agen, die in drie jaar is uitgegroeid tot een heus Europees TPRS-congres, vindt ook komende zomer weer plaats. Het is een fantastische gelegenheid om in zomerse sferen andere TPRS-docenten uit Europa te leren kennen, en workshops te volgen bij de beste trainers en coaches uit Europa en de VS. Doe inspiratie op in de vele workshops over TPRS en sluit nieuwe vriendschappen in een onstpannen vakantiesfeer!

Het congres wordt georganiseerd door Judy Dubois van TPRS-Witch, in samenwerking met Teri Wiechart uit de VS, en ondersteund door enkele betrokken Franse taaldocenten. Judy staat erop om het congres een “workshop” te noemen, maar om verwarring te vermijden houden wij het graag bij de benaming “congres”.

De eerste keer dat Judy enkele mensen bij elkaar bracht om hen over TPRS te vertellen was in 2013.  Een enthousiaste groep van 15 mensen uit allerlei landen waren bijeengekomen om ideeën uit te wisselen en van elkaar te leren. Het jaar daarop kwamen er 25 mensen, en in 2015 was de groep al gegroeid tot 47 deelnemers. In 2016 verwacht Judy ongeveer 150 (!) deelnemers, waarvan er een flink aantal uit Nederland zullen komen. Judy heeft aanmeldingen uit Turkije, Noorwegen, Tsjechië, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland en vele andere landen. Het belooft dus een echt internationaal congres te worden, met als bijzondere aanwezigen: Stephen Krashen, Linda Li, Ben Slavic en Laurie Clarcq.

Deelname bedraagt 425 euro, maar als je voor 1 maart inschrijft betaal je slechts 345 euro. Schrijf je dus snel in! Er gaan al heel wat docenten uit Nederland, dus het belooft een gezellige week te worden.