De 3 principes van inspirerend talenonderwijs

Leerlingen die geboeid en aandachtig naar ons luisteren, volle, enthousiaste klassen zonder afleiding van i-pads en telefoons: willen we dat niet allemaal?

De sleutel hiertoe ligt in de kunst onze leerlingen echt te bereiken en hen actief te betrekken bij het leerproces; hen daadwerkelijk te inspireren zodat ze zich een meer proactieve werkhouding aanmeten en het leerrendement wordt verhoogd. Dit artikel bespreekt drie technieken die je kunnen helpen om je taallessen effectiever en inspirerender te maken. De technieken in dit artikel maken onderdeel uit van de storytelling-methodiek TPRS, maar kunnen ook in reguliere taallessen worden gebruikt.

NOOT: de voorbeelden zijn in dit artikel in het Nederlands, maar worden in les in de doeltaal uitgevoerd.

Oprecht contact met je leerlingen

Door oprecht contact te maken met je publiek bouw je een relatie op tussen jou en je toehoorders; een relatie waarin je hen laat ervaren hoe belangrijk zij voor jou zijn. Het enige wat je hiervoor hoeft te doen is even niet denken aan je lesplan of je curriculum, maar oprechte interesse tonen in wat je leerling jou te vertellen heeft. Ben je bijvoorbeeld bezig met een les over hobby’s, werk dan niet een lijst met mogelijke hobby’s af en vraag niet aan alle leerlingen van je klas wat hun hobby is, maar ga eens wat dieper in op de hobby van één van je leerlingen. Je zult merken dat leerlingen veel geïnteresseerder zijn in gedetailleerde informatie over een enkele hobby, dan in plichtmatige antwoorden op de plichtmatige vraag: “En wat is jouw hobby?” Dan geef je je leerlingen namelijk het gevoel dat je een ‘boodschappenlijstje’ aan het afwerken bent: de leerling voelt niet dat je écht in hem/haar geïnteresseerd bent, aangezien je hem/haar maar één vraag stelt, en vervolgens dezelfde vraag stelt aan een andere leerling. Sta iets langer stil bij één leerling. Stel deze leerling verschillende vervolgvragen, zodat het voor hem/haar persoonlijk van belang wordt te communiceren in de doeltaal, en herhaal de antwoorden:

Docent: Martin, wat is jouw hobby? Leerling: Voetballen. D: Oh, voetbal jij? Bij welke vereniging? LL: De HBOK, in Zunderdorp. D: In Zunderdorp! En welke positie speel je? Schoor je vaak? Speel je ieder weekend wedstrijden? Hoe vaak ga je trainen? Speel je liever uit of thuis? Enzovoort.

Door dieper in te gaan op wat deze ene leerling vertelt, krijgt hij of zij niet alleen het gevoel dat je werkelijk geïnteresseerd bent in wat hij/zij te vertellen heeft, maar wordt ook de verkregen informatie interessanter. Er ontstaat als het ware een compleet plaatje in het hoofd van de toehoorders. Die toehoorders moeten natuurlijk wel bij de les gehouden worden. Dit doe je door vervolgens de verworven informatie met de rest van de groep te verwerken. Stel de overige leerlingen ‘controlevragen’ over de informatie. Op deze manier worden ook zij betrokken worden bij het gesprek:

D: Jongens, Martin is rechtsbuiten bij de junioren van HBOK! Klas: Aha! D: In welk team is Martin de rechtsbuiten? Klas: bij HBOK! Is voetballen Martins hobby of Martins werk? Enzovoort.

Vis bij de leerling naar meer details en koppel deze vervolgens weer terug naar de groep. Heb je het gevoel voldoende details te hebben verkregen, dan ga je in gesprek met de volgende leerling.

Op deze manier zorg je ervoor dat je lessen over de leerlingen zelf gaan in plaats van over een ‘thema’, en komt de hele klas meer te weten over individuele leerlingen, waardoor je ook nog eens het groepsgevoel bevordert.

Inspirerend overbrengen van de lesstof

Door de lesstof persoonlijk op de leerlingen te betrekken, zoals hierboven kort werd beschreven, wordt de stof al vele malen interessanter dan wanneer de les over het boek gaat. Een wellicht nog inspirerender manier is het verwerken van de lesstof tot een verhaal. Een combinatie van deze twee benaderingen is pas echt een sleutel tot succes: laat verhalen ontstaan uit de persoonlijke vraag- en antwoordsessies over de leerlingen. Door het keer op keer toevoegen van details aan de oorspronkelijke informatie, kan een vraaggesprek uitgroeien tot een verhaal. Als deze details bovendien een onverwacht of bizar karakter hebben (Martin speelt samen met Ronaldo voetbal in Milaan en scoort het winnende doelpunt), worden de leerlingen des te meer geprikkeld het verhaal te blijven volgen en mee te denken in het creëren ervan.

Verhalen zijn een belangrijk onderdeel van inspirerend lesgeven, omdat mensen van nature interesse hebben in verhalen. Een verhaal verleidt ons om te blijven luisteren; we willen weten hoe het verder gaat. Een verhaal waaraan we zelf mogen meeverzinnen, prikkelt ons bovendien om onze fantasie te laten werken en in de doeltaal te denken. Door ervoor te zorgen dat het verhaal onverwachte wendingen krijgt, blijven je leerlingen dus alert en geïnteresseerd in de volgende scènes ervan:

Jasmijn speelt gitaar. Op maandag tot en met woensdag speelt ze gitaar met haar vrienden, maar op donderdag tot en met zondag speelt ze gitaar bij de Black Eyed Peas. Jasmijn speelt gitaar bij de Black Eyed Peas omdat ze beter gitaar speelt dan Jimi Hendrix, Sting en Guus Meeuwis. Jasmijn is de beste gitarist van allemaal; ze is wereldberoemd!

Een verhaal kan natuurlijk niet inspirerend zijn als de leerlingen je niet verstaan. Wanneer je nieuwe woorden of constructies aanbiedt, zorg er dan voor – bijvoorbeeld door de nieuwe elementen te vertalen op het bord, door illustraties te gebruiken of door de betekenis ervan uit te beelden – dat deze voor je leerlingen begrijpelijk zijn. Zo weet je zeker dat ze allemaal mee kunnen blijven doen, en dat je inspanningen om je les inspirerend te maken, niet voor niets zijn. Bovendien wil je dat je leerlingen ook nog iets opsteken tijdens je lessen, en zolang ze niet begrijpen wat je aanbiedt, kunnen ze dit immers niet leren of verwerven. De effectiefste manier om nieuwe taalelementen snel begrijpelijk te maken, is door het opschrijven van de vertaling en door iedere keer als je het woord of de constructie in kwestie noemt, hiernaar te wijzen.

Interactie in de groep bevorderen

Eerder hebben we al gesproken over het inbouwen van onverwachte wendingen in het verhaal. Je kunt deze wendingen uiteraard zelf inbouwen, maar wanneer de leerlingen zelf ideeën kunnen aandragen, wordt het verhaal oneindig veel interessanter voor hen; op deze manier worden ze immers ‘mede-eigenaar’ van het verhaal. Hoe extremer/onverwachter de details, des te sterker hun belangstelling in het verhaal.

Maak een van je leerlingen de hoofdpersoon van het verhaal. Het feit dat het verhaalt draait om een van hun klasgenoten en niet om een fictief persoon uit het tekstboek, zorgt voor een grotere identificatie met en betrokkenheid bij het verhaal. Hanteer hierbij een belangrijk uitgangspunt: we zeggen alleen positieve dingen over onze leerlingen, en onze leerlingen zijn altijd beter dan de toppers op hun hobby- of sportgebied, of knapper, gewilder en beroemder dan de beroemdste film- en popsterren.

Ook het klassikaal reageren op verschillende ‘controlevragen’ over het verhaal (deze vragen worden gesteld om de verschillende scènes voor iedereen duidelijk te maken, en om de doelconstructies zoveel mogelijk te herhalen) draagt bij aan de saamhorigheid in de groep. Het feit dat de leerlingen dezelfde reactie geven, vergroot hun zelfvertrouwen. Tevens kunnen ze zich bij twijfel aan elkaar optrekken.

Aangezien de doelconstructies bij het bouwen van het oorspronkelijke verhaal vele malen in vragen en antwoorden zijn herhaald, zijn de leerlingen aan het eind van de les in staat hetzelfde of een soortgelijk verhaal aan elkaar te vertellen. Na één les al een heel verhaal kunnen vertellen in de doeltaal: als dat niet inspirerend is!

Iris Maas

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *