Een verhaal op gang krijgen

Om een verhaal op gang te krijgen, is actie nodig. Dat geld ook voor een TPRS-verhaal. Urgentie en actie zijn de drijfveren van het verhaal, en zonder urgentie en actie verslapt de aandacht van je leerlingen snel. Maar soms blijf je steken in je startzin. Hoe kom je daar uit?

Deze week was ik flink verkouden, zelfs met een beetje koorts. Het verhalen vragen ging daardoor heel moeizaam: ik kon niet snel genoeg denken om adequaat te reageren op suggesties, en het verhaal kwam maar niet op gang. Ik voelde wel dat het bleef steken, maar had niet op tijd door waar dat aan lag, en bleef maar trekken aan een dood paard.

Pas ná de les realiseerde ik me dat ik ruim een half uur was blijven hangen bij “hij moest een maaltijd bereiden” (waar? voor wie? waarom?). Op zich een nuttige structuur voor het thema waar we mee bezig waren, maar funest voor het tempo van het verhaal. Een verhaal heeft urgentie nodig, een ‘probleem’ dat actie uitlokt! Het ‘probleem’ in mijn verhaaltje was helaas vrij slapjes. Uit “Hij moest een maaltijd bereiden” spreekt niet echt een enorme urgentie, tenzij de maaltijd voor Madonna haar 65-ste verjaardag is, voor 1500 mensen, en morgen al klaar moet zijn. Het had dus wel zinvol kunnen zijn om even bij de startzin te blijven hangen en urgentie op te bouwen. Ik had dat alleen niet voorbereid en was, zoals gezegd, niet helder genoeg om dit improviserend voor elkaar te krijgen. Het probleem bleef slapjes.

Een andere manier van urgentie opbouwen is een ‘echt’ probleem te introduceren: “Maar er was een probleem! Hij kon helemaal niet koken / zijn kookboeken waren in de soep gevallen / hij zat op de noordpool / er waren geen worteltjes meer!” Of bedenk maar een variant.

Achteraf is het altijd gemakkelijk om te bedenken wat je anders had moeten doen. Maar ook vooraf kun je een miskleun als deze voorkomen door goed na te denken over de plaats van de doelconstructies. Toen ik net begon met TPRS, overkwam het me regelmatig dat ik doelconstructies uitkoos die, als je ze in een startzin gebruikt, een rem zetten op de verhaalontwikkeling. Dit zijn meestal zinnen als “hij hield van tennissen” en “zij moest werken”. Geen structuren die veel urgentie in het verhaal brengen, al zijn het best belangrijke structuren. Deze kun je misschien beter láter in het verhaal aan bod laten komen, als uitleg bij een bepaalde actie of als onderdeel van het probleem. Bijvoorbeeld “Hij kocht 24 tennisrackets. Waarom? Hij hield van tennissen.” of “Ze mocht naar het verjaardagsfeestje van Madonna. Maar er was een probleem: ze moest die dag werken!”

Als je doelconstructies later in het verhaal pas aan bod komen, zorg dan wel dat je snel door het begin van het verhaal loopt. Hier en daar een detail toevoegen kan prima, om een helder beeld te schetsen van de situatie, maar blijf er niet eindeloos over doorgaan. Je wilt tenslotte voldoende tijd overhouden om lekker lang rond je doelconstructies te cirkelen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *