Klassenmanagement gaat vóór TPRS

TPRS besteedt veel aandacht aan het ontwikkelen van een goede relatie met je leerlingen. En het is een ‘leuke’ methode. Maar TPRS is niet de oplossing voor al je ordeproblemen! Wat dan wel?

Een lieve collega van ons zei: “Je moet goed duidelijk maken dat TPRS pas mogelijk is als je klassenmanagement op orde is.” Zij wist uit eigen ervaring dat je in klassen waarmee je geen goede relatie hebt, kunt TPRS-en tot je een ons weegt, zonder ooit het plezier en de goede resultaten te behalen waar TPRS om bekend staat.

Nou hebben wij volgens mij nooit beweerd dat TPRS de oplossing is voor ordeproblemen, maar ik vrees dat mijn collega gelijk heeft: we hebben ook niet voldoende expliciet duidelijk gemaakt dat het verstandig is om eventuele ordeproblemen op te lossen voordat je met TPRS aan de slag gaat.

Veel docenten die een moeizame relatie hebben met hun leerlingen, denken dat als ze de lessen maar “leuker” maken, de relatie met de leerlingen vanzelf wel zal verbeteren. Maar de relatie met je leerlingen is niet een gevolg van leuke lessen. Het vergt begrip, geduld, zelfvertrouwen (van de docent), interesse in de leerlingen, heldere afspraken en zo nog wat zaken. Veel TPRS-docenten zeggen dat ze de eerste weken van het jaar vrijwel alleen bezig zijn met het ontwikkelen van een goede relatie met de leerlingen. En dat de lessen in de rest van het schooljaar staan of vallen met een goed begin.

Begin dus niet met TPRS als je je klas niet in de hand hebt. Storytelling is fantastisch, maar ook best pittig om in de vingers te krijgen. Daarvoor is het nodig dat jouw leerlingen je wat speelruimte gunnen, en bereid zijn om het TPRS-spelletje met jou mee te spelen. Pas als je echt ervaring hebt in TPRS, zal deze methode je helpen om de relatie met je leerlingen te verbeteren. Tot die tijd zul je je klassenmanagement uit een andere bron moeten halen.

Een van de beste boeken over klassenmanagement is Tools for Teaching van Fred Jones – nu alleen nog verkrijgbaar voor Kindle. Zes tips uit dit boek:

  1. Zet de omgeving naar je hand. Richt de klas zo in dat het voor jou het prettigst is – en dat je iedereen in de klas kunt bereiken. Beweeg door de klas heen, zodat geen enkele leerling te lang op grote afstand van jou kan zitten. Het is ook nog eens prikkelender voor hun brein, doordat ze steeds ergens anders moeten kijken om jou te kunnen zien, en door dichter bij lastige leerlingen te gaan staan houd je ze beter onder controle.
  2. Stel de regels vast en wat de gevolgen zijn wanneer ze overtreden worden. Zeg wat je meent en meen wat je zegt: als je een regel stelt en die vervolgens niet hanteert, leer je de leerlingen dat jouw regels gebakken lucht zijn. De standaard in ieder klaslokaal wordt gezet door waar de leerlingen mee wegkomen.
  3. Stel procedures in en oefen ze! Doe dit meteen goed of je zult er het hele jaar last mee hebben. Praat alleen als je ieders aandacht hebt.
  4. Geef je leerlingen iets te doen zodra ze je leslokaal binnenkomen: een bel-opdracht die je op het bord hebt geschreven. De drempel van jouw klaslokaal is de grens tussen twee verschillende werelden: een wereld voor gezelligheid en een wereld waar gewerkt wordt.
  5. Wees zakelijk: blijf kalm en val terug op je regels en procedures. Boos worden heeft niet alleen in gedrag maar ook op breinniveau het effect van vechten of vluchten.
  6. Laat je leerlingen zien dat je om hen geeft. Je hoeft ze niet stuk voor stuk persoonlijk heel erg leuk te vinden, maar je kunt wel laten merken dat je hun welbevinden en hun succes belangrijk vindt. Leerlingen zullen zelf nergens om geven zolang ze niet weten waar jij om geeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *