Lesplan Movietalk

Lesplan Movietalk

Tijdens de workshop Movietalk op de TPRS Academy Inspriratiedag van 12 maart jl. werkten de deelnemers in drie groepen aan een lesplan rondom het filmpje The Present. Een groep verzon activiteiten vooraf, een andere groep bedacht vragen om tijdens het kijken te stellen, en een derde groep stelde een lange lijst samen van verwerkingsactiviteiten die na het kijken gedaan kunnen worden. Lees snel verder en gebruik dit lesplan vooral ook in je eigen lessen!

Movietalk in een TPRS-setting vraagt natuurlijk om een setje doelconstructies: (delen van) zinnen die de leerlingen nog niet kennen of beheersen, en die je zo vaak wilt herhalen dat de leerlingen ze uiteindelijk spontaan kunnen gaan gebruiken. Een filmpje, zeker een filmpje waarin niet of nauwelijks wordt gesproken, kan op ieder niveau worden ingezet. Bekijk het filmpje eens, en bedenk welke doelconstructies jij zou kiezen voor jouw klas. Hieronder vind je drie voorbeelden van doelconstructies voor verschillende niveaus.

The Present from Jacob Frey on Vimeo.

Een stripversie van dit filmpje vind je op:  http://m.9gag.com/gag/aXXWodz

 

Mogelijke doelconstructies

Beginners Midden Gevorderden
•wil spelen
•geeft hem een …
•is boos/blij
•is aan het spelen
•probeert de bal te pakken
•gaat toch naar buiten
•Wordt zo nieuwsgierig dat hij de doos openmaakt
•Gooit de bal om ervan af te zijn
•Zal toch met het hondje gaan spelen

Activiteiten vooraf

Om leerlingen voor te bereiden op een filmpje, kun je een keuze maken uit het alvast inmasseren van de doelconstructies die je gekozen hebt, bijvoorbeeld door middel van TPR of PQA, of juist alvast ervaring aanspreken en daarmee emotionele connectie activeren. De eerste groep workshopdeelnemers koos voor het laatste:

“Er komen nogal wat emoties voorbij in het filmpje: boos, bang, blij, verdrietig, verveeld, geïrriteerd, enthousiast. Wij hebben gekozen om hier de nadruk op te leggen. Je kunt deze emoties laten uitbeelden, en er een spelletje aan koppelen door te laten raden welke emotie uitgebeeld wordt. Dit raden kan in woord, maar ook in beeld, door bijvoorbeeld een set smileys van Facebook te printen zodat leerlingen de gekozen emotie omhoog kunnen houden.”

Andere suggesties uit de groep waren:

  • PQA waarbij je emoties koppelt aan activiteiten: “Word je vrolijk als je buiten speelt? Word je vrolijk als je buiten speelt in de regen of in de zon? Word je vrolijk als je alleen buiten speelt? Waar word je vrolijk: op het strand of op het voetbalveld?” Of: “Word je geïrriteerd als je moeder het licht aandoet? Word je geïrriteerd als je moeder het licht aandoet om 5 uur ’s morgens of om 6 uur ’s avonds? Word je geïrriteerd als Marco Borsato het licht aandoet?” Enzovoort.
  • Combineren met TPR: Een kind krijgt een TPR-commando: “speel met je pen”. Je vraagt aan de klas: is hij met zijn pen aan het spelen? Is hij aan het rennen? Is hij blij of verveeld? Wie speelt er met zijn pen? Speelt hij met zijn pen of met jouw pen? Is hij verveeld? Is hij verveeld omdat hij met zijn pen speelt? Speelt hij met zijn pen omdat hij verveeld is?” Enzovoort, en dan krijgt weer een andere leerling een opdracht en stel je daar weer vragen over.

Tijdens het kijken

Wanneer het filmpje eenmaal aanstaat, is het de kunst om deze af en toe te onderbreken om vragen te stellen zonder de flow van het filmpje al te erg te onderbreken. Stop niet te vaak, en dwaal niet teveel af van de inhoud van het filmpje. Focus met je vragen vooral op de zaken die spanning of emotie oproepen.

De groep workshop-deelnemers koos ervoor om het filmpje stop te zetten op 2 verrassingsmomenten:

  • als de doos op tafel is gezet maar nog niet open;
  • vlak voordat de jongen opstaat

De gekozen doelconstructies (“midden”) passen precies in deze drie fragmenten.

In het eerste fragment kun je ervoor kiezen om vragen te stellen over de jongen: “waar is de jongen, hoe ziet hij eruit, hoe is de sfeer, hoe is zijn emotie.” Let op dat je alleen vragen stelt waarvoor de leerlingen voldoende taal beheersen om ze te kunnen beantwoorden. De doelconstructie “is aan het spelen” kan na dit fragment geïntroduceerd worden, waarna je natuurlijk gaat cirkelen en uitbreiden.

Hoewel je voorzichtig wilt zijn om de flow van het filmpje niet te onderbreken, zou je een kort stukje PQA kunnen doen, bijvoorbeeld: “komt er vaak iemand binnen als jij aan het spelen/gamen bent?”

In het tweede fragment kun je doorgaan met de doelconstructie “is aan het spelen”. Nu kun je vergelijken tussen het hondje en de jongen: Is het hondje een game aan het spelen? Is het hondje of de jongen met de bal aan het spelen? Waarmee is het hondje aan het spelen?”. Nu kun je ook de tweede doelconstructie introduceren en bevragen: “probeert de bal te pakken”.

Voordat je het derde fragment laat zien, kun je vragen: “Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?” Laat de leerlingen dit in groepjes bespreken en eventueel opschrijven. Bespreek de varianten klassikaal. Je kunt hier ook weer de doelconstructies op loslaten, en veel herhalen door de voorspellingen te vergelijken met het uiteindelijkje filmpje.

Na het kijken

De groep die verwerkingsactiviteiten zou bedenken heeft in 20 minuten werkelijk een schat aan ideeën geproduceerd:

  1. Screenshots maken van het filmpje en deze laten zien in een PowerPoint om te bespreken.
  2. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) als ondersteuning voor de leerlingen bij het navertellen van het verhaal.
  3. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) en leerlingen zinnetjes bij ieder plaatje laten schrijven.
  4. Screenshots printen als PowerPoint-handout (9 stuks op 1 pagina) en daarbij losse strookjes met zinnetjes geven. De leerlingen moeten de goede zin bij ieder plaatje leggen.
  5. In groepjes een andere afloop laten bedenken.
  6. In groepjes laten bedenken wat er na afloop van het fillmpje gebeurt en/of wat er aan vooraf ging. Je kunt de klas in 3 groepjen verdelen, die ieder opschrijven wat er voor, tijdens en na het filmpje gebeurt. Zo creëren ze samen een lang verhaal.
  7. Discussie over bijvoorbeeld: Waarom geeft moeder een hondje met 3 pootjes aan de jongen?
  8. Debat met discussiestelling, bijvoorbeeld: “Het is goed dat een gehandicapt kind een gehandicapt huisdier krijgt
  9. De leerlingen bereiden een interview voor met de jongen, de moeder, of het hondje, en spelen het interview dan uit.
  10. Fotostripverhaal: de leerlingen spelen scenes uit met tekstballonnetjes (vantevoren ingevuld of door henzelf in te vullen) en maken daar foto’s van. De foto’s worden door een handige leerling als een stripverhaal geassembleerd in Word of een ander programma, of kunnen in een PowerPoint als diavoorstelling worden vertoond.
  11. Dialogen bedenken tussen het hondje en de jongen of tussen de moeder en de jongen.
  12. Reflectie: “Wat vond je leuk? Wat vond je het zieligst? Enzovoort.
  13. Het filmpje beschrijven vanuit het oogpunt en de handelingen van de moeder.

Met dank aan alle deelnemers:

Alice Braun, Kirsten Verpaalen, Carmen Meester, Maika Cheizoo, Shichun Lin, Nicole de Boer, Marina Poustochkine, Titia Bouma, Marleen Rezaie-Delbeek, Annemieke Woudt, Anja Beemster, Ine van Waart, Adriënne Izaks, Kirsty Sharwood, Pieternel de Waard.

Geïnspireerd geraakt? Kijk voor meer filmpjes die je kunt gebruiken voor Movietalk op:
https://www.youtube.com/playlist?list=PLpxoZoUeyrPthQ9ieTraQvec0jKjaH-FZ

Voorbeelden van Movietalk door TPRS-docenten vind je op:
https://www.youtube.com/playlist?list=PLpxoZoUeyrPuorWGvhUd1njcMZsIofR1u

Lesplannen en lesideeën met Movietalk vind je in de Movietalk Database:
https://docs.google.com/spreadsheets/d/1MjFKTuUu_fVwO30eJd9zGQliUIwNCO6VmT6kCZfI8V8/edit#gid=0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *