Zelf een TPRS-script schrijven

Samen scriptjes schrijven

Tijdens de workshop Schrijf je eigen lesmateriaal bedachten de deelnemers korte verhaaltjes waarin een gegeven setje doelconstructies moesten terugkomen. Sommigen hadden zelfs genoeg tijd om ook nog cirkel- en uitbreidingsvragen te bedenken! Het thema was “gezondheid”. Per groepje werd een doelgroep gekozen: kinderen, jongeren of volwassenen. Kun jij raden voor welke doelgroep de onderstaande verhaaltjes zijn geschreven?

Script van Adrienne, Kirsty en Ine

Er is een jongen. Hij heet Thijs. Thijs zit in een boom. Thijs valt op de grond. Zijn been doet pijn. Hij gaat naar de Gamma en zegt: “Mijn been doet pijn.” De eerste verkoper zegt: “Je moet lijm kopen.” De tweede verkoper zegt: “Je moet een nietmachine kopen.” De derde verkoper zegt: “Je moet een snickers kopen.” De jongen koopt een snickers. De pijn is weg.

Script van Marleen, Pieternel, Anja en Lin

Er was een meisje. Ze valt op haar mobiel. Haar mobiel is kapot. Dat doet veel pijn. Ze gaat naar de huisarts. De huisarts zegt:“Ik kan je niet helpen. Je moet naar Silicon Valley.” Daar zoekt ze naar Slachtofferhulp. Ze krijgt een pil/een zalfje van de dokter. [Oplossing?]

Inhoudsvragen:

Wie valt op haar mobiel? Waar valt ze op? Wat is kapot? Waar gaat ze heen? Wat zegt de huisarts? Wie zegt: “Je moet naar Sillicon Valley”? Wat zoekt ze in Sillicon Valley? Wat krijgt ze in Sillicon Valley? Wie geeft haar dat?

Uitbreidingsvragen:

over de startzin – Hoe heet het meisje? Hoe ziet het meisje eruit? Hoe oud is het meisje? Is ze verslaafd of gezond?

over het probleem – Waar doet het pijn? Wat is kapot? Is het beeldscherm of WhatsApp kapot?

over actie 1 – Waarom gaat ze naar de huisarts?

Script van Kirsten, Nicole, Titia en Annemieke

Er is een giraffe met x-benen. Hij valt op zijn neus. Zijn nek doet pijn. Zijn nek is nu kort. Hij gaat naar zijn vriendin. Ze zegt: “Je moet opzouten met je korte nek.” De giraffe huilt. Olifant Lola komt langs met haar broer Bertus. Lola zegt tegen Bertus: “Jij moet óók trekken.” De één trekt voor, de andere trekt achter. De giraffe wordt een mannequin.

Inhoudsvragen:

Valt de giraffe op zijn kont of op zijn neus? Wat doet pijn? Wat betekent ‘opzouten’? Zegt Bertus: “Jij moet ook trekken”?

Script van Carmen, Alice, Maika en Marina

Er is een vrouw. Ze valt op haar neus. Haar neus doet pijn. Ze belt de koning. De koning zegt: “Je moet belasting betalen.” Ze betaalt belasting. Haar neus doet nog steeds pijn. Ze belt Ali B. Ali B. zegt: “Je moet zingen.” Ze zingt. Haar neus doet nog steeds pijn. Ze gaat naar haar moeder. Haar moeder geeft haar een kus op de neus. Haar neus doet geen pijn meer.

Inhoudsvragen (cirkelvragen):

Wie valt op haar neus? Waar valt ze op? Wat doet pijn? Wie heeft pijn aan haar neus? Heeft ze pijn aan haar neus of oor? Wie zegt: “Je moet belasting betalen”? Zegt de koning: “je moet belasting betalen”, of zegt Bill Clinton: “Je moet belasting betalen”?

Uitbreidingsmogelijkheden:

Startzin – Er was een vrouw op een fiets.

Probleem – Ze botst tegen een roze olifant. Ze valt op haar neus. Haar neus doet pijn.

Actie 1 – Ze belt de koning. De koning zegt: “Je moet mij nu 1000 euro belasting betalen.” Ze betaalt met haar mobiele telefoon 1000 euro. Haar neus doet nog steeds pijn.

Actie 2 – Ze belt Gerard Joling/ Ali B. Hij zegt: “Je moet 10 Sinterklaasliedjes zingen.” Ze zingt. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *